Duurzame verwarming
In de natuur zal een voorwerp dat warmer is dan de omgeving afkoelen, zijn warmte afgeven aan de omgeving. Een warmtepomp doet het omgekeerde. De warmtepomp onttrekt warmte aan een warmtebron (water, grond, lucht) op een bepaalde temperatuur en geeft die warmte op een hogere temperatuur af aan het verwarmingssysteem (woningverwarming, sanitair warm water).
De warmtepomp pompt dus warmte van een laag naar een hoog temperatuursniveau. Om warmte aan de omgeving te kunnen onttrekken en in de woning te kunnen afgeven, maakt de warmtepomp gebruik van een speciale vloeistof die warmte kan transporteren. De belangrijkste eigenschap van dit soort vloeistof is dat ze al op lage temperatuur verdampt en weer vloeibaar wordt. Deze vloeistof zorgt voor het warmtetransport tussen de warmtebron en het verwarmingssysteem.
De hoofdonderdelen van de warmtepomp zijn de compressor, de condensor, de verdamper en de ontspanner.